ECLI:NL:GHSGR:2007:BA5187
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid rente rekening-courantschuld aan eigen BV voor beleggingen
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een BV, had in 2002 een rentedragende rekening-courantschuld bij zijn BV van ruim €2,6 miljoen, waarvan de rente €74.667 bedroeg. Hij gebruikte de geleende gelden voornamelijk voor beleggingen in aandelen en voerde aan dat deze rente in aftrek moest komen op zijn belastbaar inkomen uit werk en woning (box 1).
De Inspecteur wees dit af, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. Het hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Het geschil betrof of de renteaftrek op grond van de Nederlandse belastingwetgeving en internationale gelijkheidsbeginselen toelaatbaar was.
Het hof oordeelde dat de positie van een aanmerkelijkbelanghouder die geld leent van zijn BV voor beleggingen niet gelijk is aan die van een aanmerkelijkbelanghouder die een lening verstrekt aan zijn BV voor de onderneming. De wetgever heeft hiervoor een aparte regeling getroffen om arbitrage te voorkomen. De rente behoort daarom niet tot het inkomen uit werk en woning, maar tot het box-3 vermogen.
Het hof vond dat de wetgever zijn ruime beoordelingsvrijheid niet had overschreden en dat er geen sprake was van ongerechtvaardigde discriminatie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de rente op de rekening-courantschuld aan de eigen BV niet aftrekbaar is van het belastbare inkomen uit werk en woning.