ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6033
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Arpeau
- Davids
- Roos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid en exoneratieclausule bij bouwschade na verwijzing Hoge Raad
In deze civiele procedure gaat het om de aansprakelijkheid van Mastum Noord West B.V. voor het niet toepassen van de overeengekomen koude kleefstofmethode bij een bouwproject, waarbij een gevaarlijke brandmethode werd gebruikt. Na verwijzing door de Hoge Raad en een tussenarrest heeft het hof bewijsopdrachten gegeven en getuigen gehoord over de instructies, toezicht en uitvoering van het werk.
De getuigenverklaringen tonen dat Mastum werkomschrijvingen gaf en regelmatig toezicht hield, en dat de koude kleefstofmethode op vrijwel alle relevante plaatsen werd toegepast. NN kon niet overtuigend bewijzen dat Mastum of haar leidinggevenden eigenmachtig de brandmethode toepasten, onvoldoende instructies gaven of het toezicht nalieten.
Het hof oordeelt dat Mastum geen beroep op de exoneratieclausule kan worden ontzegd, omdat er geen sprake is van grove schuld van leidinggevenden of personen die met de leiding zijn belast. De eerdere vonnissen worden grotendeels bekrachtigd, met aanpassing van de ingangsdatum van de wettelijke rente naar 20 februari 1990. NN wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep van NN af en bevestigt dat Mastum aansprakelijk is tot het overeengekomen bedrag, met wettelijke rente vanaf 20 februari 1990.