ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6357
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht huurder bedrijfsruimte na verkrijging door legaat niet meer uit te oefenen
In deze zaak stond centraal of het voorkeursrecht van de huurder van een bedrijfsruimte bleef bestaan nadat het gehuurde krachtens legaat was verkregen door een derde partij. De huurder stelde dat het legaat was vervallen door het verlenen van het voorkeursrecht en vorderde levering van het gehuurde tegen een koopprijs van €250.000.
De rechtbank had de vorderingen van de huurder afgewezen en dit vonnis werd in hoger beroep bekrachtigd. Het hof oordeelde dat het voorkeursrecht niet meer kon worden uitgeoefend tegenover de legataris, mede omdat de wettelijke bepalingen in artikel 4:47 en Pro 4:49 BW niet van toepassing waren. Tevens was geen sprake van een onrechtmatige daad of toerekenbare tekortkoming door de bemiddelaar die de huurder niet informeerde over het overlijden van de verhuurder.
De huurder voerde meerdere grieven aan, waaronder dat het voorkeursrecht een koopoptie was geworden en dat de bemiddelaar onrechtmatig had gehandeld door niet te informeren. Deze grieven werden door het hof verworpen. Het hof veroordeelde de huurder in de kosten van het hoger beroep en verklaarde het vonnis van de rechtbank ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het voorkeursrecht niet meer kan worden uitgeoefend na verkrijging door legaat en wijst de vorderingen van de huurder af.