ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6651
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Beëindiging van onderbewindstelling wegens wegvallen gronden bij meerderjarige zoon
De ouders hadden bij de kantonrechter verzocht om een bewindvoerder te benoemen die het vermogen van hun meerderjarige zoon zou beheren. De kantonrechter stelde het bewind in en benoemde een stichting tot bewindvoerder. In hoger beroep vroegen de ouders vernietiging van deze beschikking of wijziging van het bewind.
Het hof oordeelde dat de ouders in eerste aanleg hadden gekregen wat zij verzochten en dat zij niet op de gronden van vernietiging konden worden ontvangen. Wel was er sprake van gewijzigde omstandigheden bij de zoon, die inmiddels zelfstandig woonde, inkomsten had en zijn studie afrondde, waardoor de gronden voor onderbewindstelling niet langer aanwezig waren.
Het hof vernietigde daarom de beschikking en beëindigde het bewind met ingang van de datum van het arrest. De zoon stemde in met de beëindiging en de bewindvoerder verzette zich daar niet tegen. De stichting werd opgedragen rekening en verantwoording af te leggen aan de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking tot onderbewindstelling en beëindigt het bewind wegens het ontbreken van de gronden.