ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6660
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- Van der Burght
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezamenlijk gezag wegens afwezigheid vader en belangen minderjarige
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank die haar verzoek om het eenhoofdig gezag te verkrijgen had afgewezen. De vader was niet betrokken bij de verzorging en opvoeding van de minderjarige, had geen contact met haar en was vaak onbereikbaar.
Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de vader zijn instemming gegeven met het verzoek van de moeder om het gezag aan haar toe te kennen. De moeder heeft toegelicht dat de vader geen interesse toont in zijn dochter en de opgelegde kinderalimentatie niet betaalt.
Het hof oordeelde dat voortzetting van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico oplevert voor de minderjarige, omdat belangrijke beslissingen regelmatig en soms onverwacht genomen moeten worden. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en kende het het gezag alleen aan de moeder toe zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt uitsluitend aan de moeder toegekend.