ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6660

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
9 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
1041-H-04
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kamminga
  • Van Leuven
  • Van der Burght
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253p BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag wegens afwezigheid vader en belangen minderjarige

De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank die haar verzoek om het eenhoofdig gezag te verkrijgen had afgewezen. De vader was niet betrokken bij de verzorging en opvoeding van de minderjarige, had geen contact met haar en was vaak onbereikbaar.

Tijdens de behandeling in hoger beroep heeft de vader zijn instemming gegeven met het verzoek van de moeder om het gezag aan haar toe te kennen. De moeder heeft toegelicht dat de vader geen interesse toont in zijn dochter en de opgelegde kinderalimentatie niet betaalt.

Het hof oordeelde dat voortzetting van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico oplevert voor de minderjarige, omdat belangrijke beslissingen regelmatig en soms onverwacht genomen moeten worden. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en kende het het gezag alleen aan de moeder toe zodra de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.

Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt uitsluitend aan de moeder toegekend.

Uitspraak

GERECHTSHOF ‘s-GRAVENHAGE
Familiesector
Uitspraak : 9 mei 2007
Rekestnummer. : 1041-H-04
Rekestnr. rechtbank : 04.2834
[appellante],
wonende te Alphen aan den Rijn,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
procureur mr. G.Th.J. Bos,
tegen
[verweerder],
voorheen wonende voorheen te IJsselstein,
thans wonende te Trust, Wiltshire, Salisbury, Groot-Brittannië,
verweer¬der in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader.
Als informant is aangemerkt:
de raad voor de kinderbescherming,
vestiging ‘s-Gravenhage,
hierna te noemen: de raad.
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
De moeder is op 10 november 2004 in hoger beroep gekomen van de beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage van 11 augustus 2004.
De vader heeft bij brief van 16 maart 2007 het hof meegedeeld dat hij ermee instemt dat zijn ex-vrouw het volledige ouderlijk gezag krijgt.
Van de zijde van de moeder zijn bij het hof op 11 januari 2005 aanvullende stukken ingekomen.
De raad heeft het hof bij brief van 24 februari 2005 laten weten niet ter terechtzitting te zullen verschijnen.
Op 18 april 2007 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: de moeder, bijgestaan door haar procureur. De vader is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De moeder en haar procureur hebben het woord gevoerd.
VASTSTAANDE FEITEN EN HET PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG
Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking van de rechtbank te ‘s-Gravenhage. Bij die beschikking is het verzoek van de moeder om alleen te worden belast met het ouderlijk gezag, afgewezen.
Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. In geschil is het gezag ten aanzien van de minderjarige [x, geboren in 1999], die bij de moeder verblijft.
2. De moeder verzoekt de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, alsnog de gevraagde gezagswijziging te honoreren.
3. De vader bestrijdt haar beroep niet en stemt in met het verzoek van de moeder.
4. In haar beroepschrift heeft de moeder gesteld dat tot haar verbazing de rechtbank haar verzoek om met het eenhoofdig gezag te worden belast, niet heeft gehonoreerd. De vader is ook in eerste aanleg uitdrukkelijk akkoord gegaan met de gevraagde gezagswijziging.
Ter terechtzitting heeft de moeder haar beroepschrift toegelicht en aangevuld. Zij stelt dat er geen contact is tussen [de minderjarige] en de vader en dat de vader tot drie maanden geleden niet bereikbaar was omdat hij steeds op een ander adres woonde. De moeder houdt de vader nog wel op de hoogte van het wel en wee van [de minderjarige], maar de vader heeft nimmer uit zichzelf contact opgenomen en toont geen enkele interesse in zijn dochter. Ook heeft de vader ten tijde van de echtscheidingsprocedure aangegeven niet te willen reizen om zijn dochter te kunnen zien, aldus de moeder. Daarbij komt nog dat de vader de door de rechtbank opgelegde kinderalimentatie niet betaalt.
5. Gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting overweegt het hof dat uit het feit dat de vader zijn dochter niet ziet, hij niet actief informatie over haar opvraagt bij de moeder en geen enkel contact zoekt met [de minderjarige], is gebleken dat de vader ten aanzien van [de minderjarige] op geen enkele wijze enige vorm van een (ouderschaps)relatie onderhoudt of wenst te onderhouden. Daar komt bij dat de vader voor de moeder vaak onbereikbaar is gebleken. Onder deze omstandigheden levert voortzetting van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico op voor [de minderjarige]. Immers, regelmatig zullen belangrijke beslissingen door de gezagsdragende ouder(s) genomen moeten worden, soms ook onverwacht. De omstandigheden dat de vader niet betrokken is bij de groei en ontwikkeling van [de minderjarige] en daarbij ook vaak niet bereikbaar is, maken het onmogelijk hem nog langer verantwoordelijkheid te geven ook ten aanzien van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] te nemen beslissingen. Het hof acht het dan ook niet in het belang van [de minderjarige] om het gezamenlijk gezag over haar te laten voortduren. Het hof zal derhalve de bestreden beschikking vernietigen en bepalen dat het gezag alleen aan de moeder toekomt en wel, nu de moeder geen uitvoerbaar bij voorraadverklaring heeft gevraagd, zodra deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan (artikel 1: 253p BW).
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking en, in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat het gezag over [de minderjarige] voortaan alleen aan de moeder toekomt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Kamminga, Van Leuven en Van der Burght, bijgestaan door mr. Vergeer-van Zeggeren als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 mei 2007.