ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6688
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Tanja-van den Broek
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht bij voorlopige voorziening gebruik buitenlandse echtelijke woning
In een echtscheidingsprocedure verzocht de vrouw om het voorlopig uitsluitend gebruik van de echtelijke woning gelegen in Engeland. De man stelde dat de Nederlandse rechter niet bevoegd was en dat Engels recht van toepassing moest zijn. Het hof bevestigde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 lid 2 Rv Pro, waarbij dit artikel geen onderscheid maakt tussen woningen in Nederland of in het buitenland.
Het hof benadrukte dat voorlopige voorzieningen een andere strekking hebben dan nevenvoorzieningen, waarvoor artikel 4 lid 3 Rv Pro wel beperkingen kent. De Nederlandse rechter mag zich niet onbevoegd verklaren op grond van forum-non-conveniens. Ten aanzien van het toepasselijke recht oordeelde het hof dat, indien de Nederlandse rechter bevoegd is, deze moet toepassen naar lex fori, dus Nederlands recht.
De man werd ontvankelijk verklaard ondanks het appelverbod, omdat hij klaagde over de onjuiste toepassing van artikel 822 Rv Pro. Het verzoek tot wijziging van voorlopige voorzieningen werd niet ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van proceseconomische redenen. Het hoger beroep van de man werd afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wees het hoger beroep van de man af en bekrachtigde de bestreden beschikking betreffende het voorlopig gebruik van de echtelijke woning.