ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6990
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Van Knobelsdorff
- Van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onherroepelijke verkrijgingsprijs aandelen en geen recht op herziening door belastingplichtige
Belanghebbende was houder van een aanmerkelijk belang in een besloten vennootschap en had de verkrijgingsprijs van zijn aandelen vastgesteld gekregen op ƒ 200.000. Na verkoop van de aandelen voor ƒ 620.000 verzocht hij om herziening van de verkrijgingsprijs op grond van artikel 65 AWR Pro, wat door de Inspecteur werd afgewezen. De rechtbank verklaarde belanghebbende niet-ontvankelijk in het bezwaar, maar het hof oordeelde dat belanghebbende wel ontvankelijk is.
Het hof overwoog dat de verkrijgingsprijs na onherroepelijke uitspraak op bezwaar vaststaat en dat artikel 20i Wet IB 1964 geen recht geeft aan de belastingplichtige om herziening te vorderen. Alleen de Inspecteur kan de verkrijgingsprijs herzien, en alleen indien voldaan is aan voorwaarden gelijk aan die voor navordering.
Verder stelde het hof vast dat het niet horen van belanghebbende tijdens de bezwaarprocedure geen schending van de hoorplicht opleverde omdat de beschikking gebonden en formeel rechtsgeldig was. Het hof handhaafde de verkrijgingsprijs op ƒ 200.000 en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De verkrijgingsprijs van de aandelen blijft onherroepelijk vastgesteld op ƒ 200.000; het beroep van belanghebbende wordt inhoudelijk afgewezen.