ECLI:NL:GHSGR:2007:BA6994
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Postema
- Savelbergh
- Van Knobelsdorff
- Van den Steenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslag vervreemdingsvoordeel en proceskostenvergoeding wegens schending hoorplicht
Belanghebbende was houder van een aanmerkelijk belang in aandelen van A B.V. waarvan de verkrijgingsprijs onherroepelijk was vastgesteld op ƒ 200.000. Bij de vervreemding van deze aandelen in 2000 werd een vervreemdingswinst van ƒ 420.000 belast. Belanghebbende betwistte deze aanslag en stelde dat de verkrijgingsprijs herzien moest worden naar een hoger bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de verkrijgingsprijs onherroepelijk vaststaat en dat artikel 20i Wet IB 1964 geen recht geeft aan de belastingplichtige om herziening te vorderen. Wel werd erkend dat de hoorplicht in de bezwaarprocedure was geschonden, wat echter geen invloed had op de uitkomst van de zaak.
Als gevolg van de schending van de hoorplicht kende het hof een proceskostenvergoeding van € 1.000 toe aan belanghebbende. De aanslag werd gehandhaafd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met vervreemdingsvoordeel bevestigd; proceskostenvergoeding van € 1.000 toegekend wegens schending hoorplicht.