ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7106
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.V. van den Berg
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tijdige melding bodemverontreiniging en aansprakelijkheid verkoper
Appellanten kochten een woning met grond waarop later ernstige bodemverontreiniging werd vastgesteld. Na ontvangst van het bodemrapport op 16 juni 2003 startten zij nader onderzoek en stelden geïntimeerde 1 pas op 6 november 2003 aansprakelijk.
De rechtbank wees de vordering van appellanten af omdat de melding niet binnen bekwame tijd volgens art. 7:23 BW Pro was gedaan. Appellanten voerden aan dat het wachten op nader onderzoek noodzakelijk was om vertraging bij de nieuwbouw te voorkomen.
Het hof oordeelde dat appellanten reeds op 16 juni 2003 op de hoogte waren van de ernstige verontreiniging en dat zij geïntimeerden tijdig hadden moeten informeren. Door late melding werden geïntimeerden geconfronteerd met voldongen feiten, waardoor hun belangen werden geschaad.
Het hof bekrachtigde het vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat appellanten de bodemverontreiniging niet tijdig aan geïntimeerden hebben gemeld en wijst de vordering af.