ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7446
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Husson
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt eigendom inboedel bij vrouw en stelt gebruiksvergoeding woonhuis vast
In deze zaak gaat het om de eigendom van inboedelgoederen en de vaststelling van een gebruiksvergoeding voor het woonhuis dat partijen gezamenlijk bezitten. De vrouw stelt dat zij eigenaar is van de inboedel op grond van de huwelijkse voorwaarden, terwijl de man dit betwist en stelt dat eigendom niet zomaar kan overgaan via huwelijkse voorwaarden als goederen uit zijn privévermogen zijn aangeschaft.
Het hof oordeelt dat de bepaling in de huwelijkse voorwaarden als een vaststelling in de zin van artikel 7:900 BW Pro moet worden gelezen, die onzekerheid of geschil moet voorkomen, maar dat de regels van eigendomsverkrijging niet kunnen worden doorkruist. Het proces-verbaal van de deurwaarder wordt als uitgangspunt genomen voor de vaststelling van de inboedel, waarbij de man onvoldoende bewijs heeft geleverd om dit te betwisten.
Verder is het woonhuis in mede-eigendom van partijen, waarbij de man het feitelijke gebruik heeft. Het hof acht de door de rechtbank vastgestelde gebruiksvergoeding van 4% redelijk en billijk, ondanks dat de man de lasten van de woning heeft voldaan. Het hof staat toe dat de man bewijs levert over investeringen en extra aflossingen die uit zijn privévermogen zouden zijn gedaan, en bepaalt dat getuigenverhoor zal plaatsvinden. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het hof bevestigt eigendom inboedel bij vrouw, acht gebruiksvergoeding van 4% redelijk en staat bewijslevering man toe over investeringen uit privévermogen.