ECLI:NL:GHSGR:2007:BA7797
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens illegaal verblijf na verklaring tot ongewenst vreemdeling
De verdachte verbleef op het moment van aanhouding illegaal in Nederland, ondanks dat hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Zijn raadsman voerde in hoger beroep twee verweren aan: misleiding door het Openbaar Ministerie over het tijdstip van illegaal verblijf en het ontbreken van een strafrechtelijk doel vanwege uitzichtloosheid op uitzetting.
Het hof verwierp deze verweren. De tenlastelegging was correct geformuleerd en het OM heeft discretionaire bevoegdheid in de vervolging. De verdachte had tegenover de politie verklaard Nederland niet te willen verlaten en had zich onvoldoende ingespannen om uitzetting te effectueren. Daarmee ondermijnde hij het vreemdelingenbeleid.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het feit van illegaal verblijf beging en verklaarde niet bewezen hetgeen meer of anders was tenlastegelegd. Gezien eerdere veroordeling voor hetzelfde feit, legde het hof een gevangenisstraf van drie maanden op, met aftrek van voorarrest. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf wegens illegaal verblijf na verklaring tot ongewenst vreemdeling.