ECLI:NL:GHSGR:2007:BA9031
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- A.V. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vordering tot betaling zandsuppletie en waardevermeerdering na bestemmingswijziging
De gebroeders appellanten verkochten in 1992-1993 landbouwgrond met een zandsuppletieverplichting aan een bouwbedrijf, die deze verplichting ook aan opvolgende eigenaren overdroegen. Na diverse leveringen kwam de grond in bezit van de Gemeente Rotterdam, die het gebruiksrecht van appellanten aanvaardde.
Appellanten vorderden betaling van een bedrag van ruim €2 miljoen wegens beëindiging van het gebruiksrecht en vermeende aanvullende verplichtingen, waaronder een koopsomsuppletieverplichting en een verplichting tot zandwinning. De rechtbank wees de vordering af en verklaarde appellant sub 5 niet-ontvankelijk.
Het hof oordeelde dat geen kettingbeding bestond dat de zandsuppletieverplichting en koopsomsuppletieverplichting aan de Gemeente overdroeg. De Gemeente had geen verplichting tot zandwinning en kon gebruik maken van haar publiekrechtelijke bevoegdheid tot bestemmingswijziging. Verder was geen sprake van wanprestatie of ongerechtvaardigde verrijking. Ook het beroep op redelijkheid, billijkheid en gelijkheidsbeginsel faalde.
Het hof bekrachtigde het vonnis, verklaarde appellant sub 5 niet-ontvankelijk en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis en wees de vordering van appellanten af, met een proceskostenveroordeling.