ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0486
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Werkgever schendt zorgplicht door ontbreken veiligheidsinstructies bij laden betonelementen
Op 15 augustus 2002 raakte werknemer [Partij A], werkzaam als vrachtwagenchauffeur bij Van Oorschot, ernstig gewond tijdens het laden van betonelementen op een dieplader. Bij het laden van de tweede betonplaat kwam zijn linkerhand bekneld te zitten tussen een nok op de betonplaat en het pennenrek van de oplegger, waardoor vier vingers deels werden afgerukt.
De gebruikelijke werkwijze bij het laden van betonplaten bij Oosthoek was dat een team van drie personen dit uitvoerde, waaronder een portaalmachinist, een aanpikker en een toezichthouder. Op de dag van het ongeval waren de toezichthouder en vaste portaalmachinist afwezig en trad de vaste aanpikker op als machinist. Van Oorschot was bekend met het feit dat [Partij A] regelmatig bij het laden assisteerde bij afwezigheid van Oosthoek-personeel en stimuleerde dit zelfs.
Het hof oordeelde dat Van Oorschot niet voldeed aan haar zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW Pro door geen specifieke veiligheidsinstructies te verstrekken over deze risicovolle werkzaamheden. Dit ondanks het feit dat het laden van zware betonelementen met een portaalkraan gevaarlijk is en instructies en scholing op zijn plaats waren. De werkgever kon niet volhouden dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden was zonder verband met de zorgplicht.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en veroordeelde Van Oorschot tot betaling van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van adequate instructies en toezicht bij gevaarlijke werkzaamheden om arbeidsongevallen te voorkomen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Van Oorschot haar zorgplicht schond door het nalaten van veiligheidsinstructies, en bekrachtigt het vonnis dat Van Oorschot aansprakelijk is voor het arbeidsongeval.