ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0508
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering overuren en vakantieuren bedrijfleider manege
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een bedrijfleider van een manege en zijn werkgever, Hippisch Centrum Primeur B.V. De arbeidsovereenkomst liep van januari 2003 voor twaalf maanden, met een afgesproken werkweek van 40 uur en 25 vakantiedagen per jaar. De werknemer vorderde in eerste aanleg een vergoeding voor ruim 3.400 overuren en extra vakantiedagen, naast smartengeld en wettelijke rente.
De rechtbank wees de vordering tot vergoeding van overuren af wegens onvoldoende specificatie van de overwerkuren, kende wel een beperkte vergoeding toe voor niet-genoten vakantiedagen en wees de rest af. In hoger beroep stelde de werknemer dat hij wel degelijk een aanzienlijke hoeveelheid overuren had gemaakt, onderbouwd met agenda’s, notities en een urenlijst. Hij betoogde dat de aard van zijn functie als bedrijfsleider van een manege, inclusief kantinebeheer en paardenverzorging, overwerk impliceerde.
Het hof oordeelde dat voor het toekennen van overwerkvergoeding expliciete opdracht tot overwerk vereist is, welke ontbrak. Ook achtte het hof geen overuren bewezen. Daarnaast verwierp het hof de stelling dat overuren recht geven op extra vakantiedagen, omdat de wet alleen ziet op de overeengekomen arbeidsduur. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de werknemer in de kosten van het principale appel, terwijl de werkgever in de kosten van het incidentele appel werd vrijgesteld.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij geen vergoeding voor overuren wordt toegekend.