ECLI:NL:GHSGR:2007:BB1790
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Pijl
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over zelfstandigenaftrek bij vennootschap onder firma met niet-ondersteunende werkzaamheden
Belanghebbende, samen met haar echtgenoot, oefent een tandtechnische praktijk uit in de vorm van een vennootschap onder firma. De Inspecteur had de zelfstandigenaftrek voor het jaar 2002 afgewezen omdat hij van mening was dat de werkzaamheden van belanghebbende hoofdzakelijk van ondersteunende aard waren en dat het samenwerkingsverband ongebruikelijk was.
Belanghebbende stelde dat zij voldeed aan de voorwaarden voor zelfstandigenaftrek en dat haar werkzaamheden niet ondersteunend waren. Het hof stelde vast dat belanghebbende ten minste 1.225 uren aan de onderneming had besteed en beoordeelde de aard van de werkzaamheden aan de hand van een specificatie van de dagelijkse uren.
Het hof oordeelde dat werkzaamheden waarbij direct contact met patiënten is en die omzet genereren, zoals patiënteninformatie, -verzorging, behandeling en laboratoriumwerkzaamheden, niet als ondersteunend kunnen worden aangemerkt. Het aandeel van deze werkzaamheden bedroeg circa 31,8% van het totaal, waardoor de werkzaamheden niet hoofdzakelijk ondersteunend zijn.
Daarmee was de zelfstandigenaftrek terecht toegepast en hoefde het hof niet te oordelen over de ongebruikelijkheid van het samenwerkingsverband. Het hof vernietigde de eerdere uitspraken en stelde de aanslag naar beneden bij. Tevens werden proceskosten en griffierechten aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en stelt de aanslag bij omdat de werkzaamheden niet hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn.