ECLI:NL:GHSGR:2007:BB1804
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Reinking
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens onduidelijkheid over noodzaak
In deze zaak is in hoger beroep de ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen aan de orde. De vader en moeder zijn gescheiden; de moeder heeft het gezag en de kinderen verblijven bij haar. De vader erkent de kinderen en voert aan dat zijn situatie stabiel is en hij adequaat voor de kinderen kan zorgen. De moeder betwist de noodzaak van de ondertoezichtstelling en stelt dat de situatie verbeterd is.
De raad voor de kinderbescherming heeft geen verweerschrift ingediend en Jeugdzorg is niet verschenen tijdens de zitting. Het hof constateert dat Jeugdzorg geen uitvoering heeft gegeven aan de ondertoezichtstelling en geen onderzoek heeft verricht naar de actuele situatie van de kinderen.
Het hof acht het noodzakelijk dat de raad een nader onderzoek instelt waarbij zowel de vader als de moeder afzonderlijk worden gehoord en de school wordt geraadpleegd. De raad moet rapporteren over de voortgang en resultaten van dit onderzoek voor 27 oktober 2007. De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot die datum, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en gelast nader onderzoek naar de noodzaak van de ondertoezichtstelling.