ECLI:NL:GHSGR:2007:BB1998
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A. Vonk
- J. van Knobelsdorff
- J. Engel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongelijke fiscale behandeling personenauto en bestelauto voor woon-werkverkeer
Belanghebbende, werknemer met een ter beschikking gestelde personenauto, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 vanwege een hogere bijtelling privégebruik dan werknemers met een bestelauto. De Inspecteur handhaafde de aanslag, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof deze uitspraak.
Het geschil betrof de toepassing van het Besluit van 24 mei 2002, dat een lagere bijtelling van 2,5% met een maximum van €450 per jaar toestaat voor bestelauto's die beperkt privé worden gebruikt. Belanghebbende stelde dat deze regeling onrechtvaardig was omdat hij met een personenauto vergelijkbare woon-werkkilometers maakte.
Het hof stelde vast dat de situatie van belanghebbende niet vergelijkbaar is met die van werknemers met bestelauto's, omdat bestelauto's niet zijn ingericht voor privégebruik en het privégebruik beperkt is. De ongelijke fiscale behandeling is objectief en redelijk gerechtvaardigd vanwege het beperkte privégenot van bestelauto's en het verschil in beloningskarakter.
Het beroep op het legaliteitsbeginsel faalde omdat het Besluit niet onverbindend verklaard kan worden en belanghebbende geen recht heeft op een gunstiger regeling dan de wet voorschrijft. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aanslag en oordeelt dat de ongelijke fiscale behandeling objectief en redelijk gerechtvaardigd is.