Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHSGR:2007:BB2032

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
16 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/206
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:20 BWArt. 75 RvArt. 358 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verwijzingsbeschikking in ontbindingsprocedure stichting

De stichting Hells Angels MC heeft hoger beroep ingesteld tegen een tussenbeschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de zaak werd verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor gezamenlijke behandeling met andere verzoekschriftprocedures. Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de stichting niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.

Het hof overweegt dat de bestreden beschikking een tussenbeschikking betreft, waarbij geen eindbeslissing is genomen over het verzoek van het OM. Volgens artikel 358, vierde lid, Rv is hoger beroep tegen tussenbeschikkingen slechts mogelijk samen met het hoger beroep tegen de eindbeschikking, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn, die hier niet gelden.

De door de stichting aangevoerde redenen, waaronder het feit dat de procedures bij de rechtbank Amsterdam reeds zijn afgerond en dat zij niet is gehoord bij de verwijzing, kunnen niet afdoen aan de niet-ontvankelijkheid. Het hof verklaart de stichting daarom niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: De stichting is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking.

Uitspraak

Uitspraak: 16 augustus 2007
Rekestnummer: R07/206
Zaak-/rekestnummer rechtbank: 272179 / HA RK 06-174
HET GERECHTSHOF TE ’S-GRAVENHAGE, eerste civiele kamer, heeft de volgende beschikking gegeven in de zaak van
STICHTING HELLS ANGELS MC,
gevestigd te Rotterdam,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de stichting,
procureur: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
tegen
het OPENBAAR MINISTERIE (Landelijk Parket),
gevestigd te Rotterdam,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: het OM,
niet verschenen.
Het geding
Bij beroepschrift (met producties), ingekomen bij het hof op 12 februari 2007, is de stichting in hoger beroep gekomen van de beschikking van 23 november 2006, door de rechtbank Rotterdam gegeven tussen partijen. In dit beroepschrift heeft de stichting één grief tegen de bestreden beschikking opgeworpen.
Bij (per fax aan het hof en aan de procureur van de stichting toegezonden) brief van 11 juli 2007 (met bijlagen) heeft het OM meegedeeld niet ter zitting van het hof te zullen verschijnen en af te zien van het indienen van een verweerschrift. Het OM heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de stichting in haar hoger beroep niet-ontvankelijk is.
Ter zitting van dit hof van 12 juli 2007 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De stichting heeft haar standpunt doen toelichten door
mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, die zich van een pleitnota heeft bediend en deze heeft overgelegd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
1. Het OM heeft in eerste aanleg bij verzoekschrift ex art. 2:20 BW Pro verzocht de stichting verboden te verklaren en te ontbinden, onder benoeming van een vereffenaar, niet zijnde één van de bestuursleden van de stichting, met bepaling dat een eventueel batig saldo na vereffening wordt uitgekeerd aan de Staat.
2. De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, samengevat, geoordeeld dat het verzoekschrift samenhangt met onder meer bij de rechtbank Amsterdam ingediende verzoekschriften met betrekking tot aldaar gevestigde rechtspersonen en dat deze samenhang zodanig is dat een gezamenlijke behandeling door één rechter om redenen van doelmatigheid, waaronder begrepen het tegengaan van tegenstrijdige beslissingen, gerechtvaardigd is, en heeft de zaak daarom verwezen naar de rechtbank Amsterdam.
3. De bestreden beschikking is een tussenbeschikking, nu in het dictum geen beslissing omtrent het verzoek van het OM of een deel daarvan wordt gegeven en geen einde wordt gemaakt aan de procedure. Van tussenbeschikkingen kan hoger beroep slechts tegelijk met dat van de eindbeschikking worden ingesteld, tenzij de rechter anders heeft bepaald of artikel 75, eerste lid, Rv van toepassing is (artikel 358, vierde lid, Rv).Geen van deze uitzonderingen doet zich hier voor. Dit betekent dat de stichting niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep tegen de bestreden beschikking. De redenen die de stichting heeft aangevoerd waarom zij in haar hoger beroep tegen de bestreden beschikking moet worden ontvangen, waaronder de omstandigheid dat de verzoekschriftprocedures bij de rechtbank Amsterdam reeds zijn afgerond en de omstandigheid dat de rechtbank de zaak heeft verwezen zonder de stichting te horen, kunnen aan de toepasselijkheid van artikel 358, vierde lid, Rv niet afdoen. Van de beschikking zal tegelijk met dat van de eindbeschikking hoger beroep openstaan.
4. De slotsom is dat de stichting niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar hoger beroep.
De beslissing
Het hof:
- verklaart de stichting niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de bestreden beschikking;
- veroordeelt de stichting in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van het OM begroot op nihil;
- bepaalt dat beroep in cassatie tegen deze beschikking onmiddellijk openstaat.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Dupain, A.H. de Wild en A.V. van den Berg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 augustus 2007 in aanwezigheid van de griffier.