ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3141
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Tanja-van den Broek
- Dusamos
- Ydema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-wijzigingsbeding partneralimentatie bij schommelingen in bedrijfsinkomsten
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie aan de vrouw werd afgewezen. Hij stelde dat zijn inkomsten uit zijn onderneming drastisch waren gedaald door externe factoren, waardoor hij niet langer aan het niet-wijzigingsbeding in het convenant gehouden kon worden.
Het hof overwoog dat de man zijn stelling dat het convenant met grove miskenning van wettelijke maatstaven was aangegaan, onvoldoende had onderbouwd. Vervolgens beoordeelde het hof of er sprake was van een ingrijpende wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in artikel 1:159 lid 3 BW Pro. Het hof oordeelde dat de daling van de inkomsten geen zodanige wijziging was dat van de man niet meer verlangd kon worden het beding na te komen.
Het hof nam mee dat schommelingen in bedrijfswinsten inherent zijn aan het ondernemerschap en dat partijen tijdens de onderhandelingen over het convenant hiervan op de hoogte waren. De vrouw had bovendien toegelicht hoe het convenant tot stand was gekomen, waarbij ook de samenhang met de huwelijkse voorwaarden was besproken. De man had deze stellingen niet gemotiveerd weersproken.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het beroep van de man afgewezen. Het hof merkte tevens op dat er geen aanwijzingen waren dat de rechtbank haar oordeel had gebaseerd op de suggestie dat de man mogelijk over zwarte inkomsten beschikte.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de man af, waardoor het niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant blijft gelden.