ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3148
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van den Wildenberg
- Husson
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot ontslag mentor op grond van artikel 1:461 lid 2 BW
De vader van de betrokkene heeft in hoger beroep verzocht om ontslag van de huidige mentor, de zus van de betrokkene, en benoeming van een onafhankelijke derde als nieuwe mentor. De kantonrechter had dit verzoek in eerste aanleg afgewezen. Tijdens de mondelinge behandeling verscheen de vader niet, maar zijn advocaat voerde het woord en beperkte het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke derde.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:461 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek een mentor slechts kan worden ontslagen op verzoek van de betrokkene zelf, het openbaar ministerie of ambtshalve door de rechter. Omdat het verzoek door de vader is ingediend en niet door de betrokkene of het openbaar ministerie, en er geen sprake is van ambtshalve toetsing, is het verzoek niet-ontvankelijk.
Daarom vernietigt het hof de bestreden beschikking en verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot ontslag van de mentor. De huidige mentor blijft daarmee in functie. Deze uitspraak werd gedaan door het hof 's-Gravenhage op 22 augustus 2007.
Uitkomst: De vader van de betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot ontslag van de mentor.