ECLI:NL:GHSGR:2007:BB3699
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Van Leuven
- Punselie
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid hof bij wijziging gewone verblijfplaats minderjarige en voorstel verwijzing naar rechter van nieuwe verblijfplaats
In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kinderrechter Rotterdam waarbij een minderjarige onder toezicht van Jeugdzorg is gesteld en geplaatst bij de vader in België. Het kind is inmiddels feitelijk in België woonachtig en gaat daar naar school.
Het hof onderzoekt de bevoegdheid op grond van Brussel II bis-verordening en oordeelt dat de bevoegdheid in beginsel wordt bepaald door de gewone verblijfplaats van het kind op het moment van de aanvang van de procedure in eerste aanleg. Omdat het kind toen nog in Nederland verbleef, is het hof bevoegd gebleven.
Het hof overweegt echter dat vanwege de wijziging van de gewone verblijfplaats naar België en het belang van het kind, de Belgische rechter beter in staat is de zaak te behandelen, ook in hoger beroep. Daarom stelt het hof voor de zaak te verwijzen naar de Belgische rechter, mits de partijen hiermee instemmen.
De zaak wordt aangehouden om partijen de gelegenheid te geven zich schriftelijk uit te laten over dit verwijzingsvoorstel. Het hof benadrukt dat de rechter ter plaatse sneller en beter kan informeren over de actuele situatie van het kind en het horen van het kind beter kan organiseren.
Uitkomst: Het hof verklaart zich bevoegd en stelt voor de zaak te verwijzen naar de rechter van de gewone verblijfplaats van het kind in België, met aanhouding voor schriftelijke reactie van partijen.