ECLI:NL:GHSGR:2007:BB4066
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- C.G. Beyer-Lazonder
- T.L. Tan
- R.S. van Coevorden
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij ontslag secretaresse ambassade Marokko ondanks immuniteit
Deze zaak betreft het hoger beroep van het Koninkrijk Marokko tegen een vonnis in kort geding waarin het Koninkrijk werd veroordeeld tot betaling van loon aan een secretaresse van de ambassade in Den Haag. De secretaresse was lokaal aangeworven en verrichtte administratieve werkzaamheden. Het Koninkrijk voerde immuniteit van rechtsmacht aan en stelde dat de civiele rechter niet bevoegd was.
Het hof stelt vast dat de arbeidsovereenkomst betrekking heeft op werk dat gewoonlijk in Nederland werd verricht en dat de Nederlandse civiele rechter op grond van internationale en nationale regels bevoegd is. De immuniteit van rechtsmacht geldt niet absoluut en strekt zich slechts uit tot overheidshandelingen (acta iure imperii), niet tot privaatrechtelijke arbeidsovereenkomsten (acta iure gestionis).
Het hof oordeelt dat de functie van de secretaresse geen essentiële diplomatieke taak betreft en dat het beroep op immuniteit niet kan slagen. De nationaliteit van de werknemer en haar verblijfsstatus in Nederland ondersteunen dit oordeel. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt het Koninkrijk in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De Nederlandse civiele rechter is bevoegd en het beroep op immuniteit van rechtsmacht wordt afgewezen, waarbij het Koninkrijk Marokko wordt veroordeeld in de kosten.