ECLI:NL:GHSGR:2007:BB5154
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A.A. Schuering
- M.J. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Huurster eist andere woning wegens medische noodzaak, hof wijst vordering af
Huurster huurt sinds februari 2004 een woning van 3B-Wonen en heeft een urgentieverklaring gekregen op basis van medische verklaringen, waaronder astma-bronchitis en beperkte mobiliteit. De urgentieverklaring vermeldde dat de woning gelijkvloers moest zijn, maar maakte geen melding van een noodzaak voor een absoluut rustige woonomgeving.
Na plaatsing van speeltoestellen nabij de woning klaagde huurster over geluidsoverlast en eiste zij in kort geding een andere woning die goed geïsoleerd, gelijkvloers en gelegen in een rustige omgeving was, alsmede een voorschot op schadevergoeding. De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en ook het hof bekrachtigde dit vonnis.
Het hof oordeelde dat 3B-Wonen niet aansprakelijk is voor geluidsoverlast door derden en dat uit de urgentieverklaring noch uit de huurovereenkomst blijkt dat verhuurder op de hoogte was van de noodzaak van een rustige omgeving. Ook waren er geen bijzondere afspraken gemaakt over geluidsvrijheid. De subsidiaire vordering tot het verkrijgen van een nieuwe urgentieverklaring werd eveneens afgewezen omdat huurster geen aanvraag had ingediend.
Huurster werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het hof concludeerde dat de grieven falen en bevestigde het vonnis van de voorzieningenrechter van 12 september 2006.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vordering van de huurster af.