ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6634
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.A. Van den Wildenberg
- J. Van Leuven
- W. Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake voogdij en ouderlijk gezag over minderjarige na overlijden moeder
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam die hem het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind ontzegd en jeugdzorg als voogd heeft benoemd. De moeder van het kind is overleden, en de stiefvader was testamentair voogd. Het kind verblijft bij pleegouders en staat onder toezicht.
De vader betoogt dat hij voldoende pedagogisch inzicht heeft en dat het kind bij hem wil wonen, wat ook het recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro ondersteunt. Hij stelt dat de uithuisplaatsing niet onaantastbaar is en dat de pleegouders niet voldoen aan de vereisten voor voogdij. De stiefvader, de raad en jeugdzorg verzetten zich tegen het verzoek, stellende dat het belang van het kind gediend is met de huidige situatie en dat het kind zich bij de pleegouders beter ontwikkelt.
Het hof oordeelt dat het ouderlijk gezag een recht is dat in het belang van het kind moet worden uitgeoefend. Gezien de spanningen tussen vader en pleegouders is het in het belang van het kind dat de voogdij bij een derde partij, te weten jeugdzorg, blijft. Dit waarborgt rust, stabiliteit en continuïteit in de opvoedingssituatie en contacten van het kind. Daarom wordt het hoger beroep van de vader afgewezen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader af en bevestigt de voogdijtoewijzing aan jeugdzorg.