ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6636
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van Leuven
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige na overlijden moeder
In deze zaak staat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige centraal, nadat de moeder is overleden en de vader in hoger beroep is gekomen tegen de verlenging van de uithuisplaatsing.
De minderjarige verblijft sinds november 2006 bij pleegouders en staat onder toezicht. De vader betoogt dat de uithuisplaatsing onterecht is en dat hij voldoende opvoedcapaciteiten heeft om voor het kind te zorgen. Hij wijst op zijn recht op gezinsleven en het feit dat het kind bij hem wil wonen.
Het hof oordeelt dat de pleegouders een stabiel en veilig opvoedklimaat bieden en dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een veilige en gestructureerde thuissituatie kan bieden. Tevens onderkent de vader niet de problemen waarmee het kind kampt. Gezien de voortduur van de gronden voor uithuisplaatsing bekrachtigt het hof de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 14 november 2007.
Het hoger beroep is inhoudelijk behandeld ondanks het beperkte belang van de vader bij de beslissing. De raad, pleegouders en jeugdzorg ondersteunen het standpunt dat de huidige situatie in het belang van het kind gehandhaafd moet blijven.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 14 november 2007.