ECLI:NL:GHSGR:2007:BB7059
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- H.W.J. de Groot
- G.J.W. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid vervolging huiselijk geweld en vrijspraak kopstoot
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor huiselijk geweld en het geven van een kopstoot aan zijn broertje. In eerste aanleg werd de verdachte veroordeeld tot een werkstraf en subsidiaire jeugddetentie. Het openbaar ministerie ging in hoger beroep, maar het hof oordeelde dat het OM niet in redelijkheid tot vervolging kon komen vanwege het ontbreken van ernstige bedreiging van de integriteit van het slachtoffer en het ontbreken van een afhankelijkheidspositie.
Het hof stelde vast dat het slachtoffer geen ernstig letsel had opgelopen en dat het ging om een enkele ruzie tussen broers. De politie trad direct op en er was geen aangifte door het slachtoffer of zijn moeder. Dit maakte de strafvervolging volgens het hof niet proportioneel, mede gelet op het jeugdstrafrecht.
Daarnaast sprak het hof verdachte vrij van het ten laste gelegde kopstoten, omdat niet overtuigend was vastgesteld dat verdachte dit had gedaan. De aangever had niet gezien wie hem sloeg. Het hof vernietigde het vonnis van de kinderrechter en deed opnieuw recht door het OM niet-ontvankelijk te verklaren en verdachte vrij te spreken.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging en spreekt verdachte vrij van het kopstoten ten laste gelegde.