ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8104
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- G.P.A. Aler
- H.M.A. de Groot
- F. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij drugshandel in familieverband
In deze zaak stond de ontnemingsvordering centraal tegen drie veroordeelden die in hoger beroep waren gegaan tegen een vonnis tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel in een koffiehuis te ’s-Gravenhage. De drugshandel vond plaats over meerdere jaren en de veroordeelden werden veroordeeld voor medeplegen van handel in cocaïne.
Het openbaar ministerie stelde een vordering tot ontneming van € 54.000,-, later bijgesteld tot circa € 26.440,-, gebaseerd op een schatting van het totale voordeel uit de drugshandel. De rechtbank had eerder een bedrag van € 23.503,- opgelegd. De veroordeelden ontkenden betrokkenheid bij de drugshandel, behalve één die verantwoordelijkheid nam.
Het hof oordeelde dat ondanks sterke vermoedens van voordeel, niet met de vereiste mate van zekerheid kon worden vastgesteld dat de veroordeelden daadwerkelijk voordeel hadden genoten, mede gelet op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De verklaringen van getuigen en beslagleggingen boden onvoldoende steunbewijs. Daarom werd de vordering tot ontneming afgewezen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijk genoten voordeel.