ECLI:NL:GHSGR:2007:BB8832
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M. Mos-Verstraten
- R. Kamminga
- J. Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing minderjarigen
In deze zaak is de moeder in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter waarbij haar minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst. De kinderen verblijven in een voorziening voor crisisopvang. Het hof stelt vast dat hoger beroep tegen een voorlopige ondertoezichtstelling wettelijk niet mogelijk is, waardoor de moeder op dat punt niet-ontvankelijk is.
Daarnaast is het hoger beroep gericht tegen een machtiging tot uithuisplaatsing voor een periode die inmiddels is verstreken. Volgens vaste jurisprudentie leidt het verstrijken van de termijn tot het ontbreken van belang bij het hoger beroep, zodat ook op dit punt de moeder niet-ontvankelijk wordt verklaard. Hoewel er recentere beschikkingen zijn, laat het hof deze buiten beschouwing omdat niet alle belanghebbenden instemmen met behandeling daarvan in dit hoger beroep.
Het hof beperkt zich daarom tot de beschikking van 16 april 2007 en verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk. De moeder kan geen verdere grieven tegen latere beschikkingen aanvoeren in deze procedure. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof 's-Gravenhage op 17 oktober 2007.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk en bekrachtigt de beschikking van 16 april 2007.