ECLI:NL:GHSGR:2007:BB9878
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- S.C.H. Koning
- T.L. Tan
- A.G. Beets
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over het sluiten van een huurovereenkomst voor een cateringbedrijf met bezorgdienst
In deze zaak staat centraal of tussen partijen een huurovereenkomst is gesloten voor een pand bestemd voor een cateringbedrijf inclusief bezorgdienst. De appellant stelt dat op 24 januari 2007 een mondelinge overeenkomst is gesloten, terwijl de geïntimeerde dit betwist.
Tijdens de zitting heeft het hof twee getuigen gehoord, waaronder een getuige die aanwezig was bij de bespreking van de concept-huurovereenkomst. Deze getuige verklaarde dat partijen overeenstemming bereikten over de essentiële punten zoals huurprijs, looptijd en ingangsdatum, ondanks dat de overeenkomst niet werd ondertekend. De vrijstelling op grond van artikel 19 lid 3 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening werd in maart 2007 verleend, wat het gebruik als cateringbedrijf inclusief bezorgdienst mogelijk maakte.
Het hof acht het aannemelijk dat partijen een huurovereenkomst zijn aangegaan en dat de geïntimeerde deze moet nakomen. De reden waarom de geïntimeerde zich later niet meer gebonden voelde aan de afspraken is niet aannemelijk geworden. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de geïntimeerde binnen twee dagen de beschikking over het pand te geven, onder dreiging van een dwangsom.
De kosten van beide instanties worden aan de geïntimeerde opgelegd. Het arrest is gewezen door het hof te ’s-Gravenhage op 26 oktober 2007.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de geïntimeerde tot nakoming van de huurovereenkomst en legt een dwangsom op bij niet-nakoming.