ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0039
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- S.C.H. Koning
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering bedrijfsleider horecabedrijf en betwisting arbeidsovereenkomst
Partijen waren betrokken bij de overname en exploitatie van een horecabedrijf. [Partij B] voerde aan vanaf 1 september 2003 als bedrijfsleider te hebben gewerkt zonder salaris te ontvangen en vorderde loon over die periode. [Partij A] betwistte het dienstverband voor die datum en stelde dat de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 15 januari 2004 slechts was opgesteld om de verblijfsvergunning van [Partij B] te faciliteren.
De rechtbank wees de loonvordering af wegens onvoldoende bewijs van een arbeidsovereenkomst vóór januari 2004. Het hof bevestigde dat de schriftelijke overeenkomst dwingende bewijskracht heeft, maar liet [Partij A] toe tegenbewijs te leveren dat deze overeenkomst slechts een schijnconstructie was.
Het hof stelde de verdere beslissing aan en bepaalde dat getuigenverhoren zouden plaatsvinden. De zaak draait om de vraag of er daadwerkelijk een gezagsverhouding en loonafspraak bestond vanaf september 2003, dan wel dat partijen slechts vennoten waren zonder arbeidsovereenkomst.
Uitkomst: Het hof staat toe dat tegenbewijs wordt geleverd tegen het bestaan van de arbeidsovereenkomst en houdt verdere beslissing aan.