ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0157
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Labohm
- Stille
- Hulsebosch
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake kinderalimentatie en proceshouding vader
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die zijn verzoek tot nihilstelling van kinderalimentatie had afgewezen en hem in de proceskosten veroordeelde. De moeder betwist het beroep en wijst op de vervalsing van bewijsstukken door de vader, wat volgens haar een ernstige obstructie van de procesorde vormt.
Het hof overweegt dat partijen verplicht zijn om feiten volledig en naar waarheid aan te voeren en dat het vertrouwen in de betrouwbaarheid van bewijsstukken essentieel is. Hoewel de rechtbank de zwaarste sanctie oplegde wegens manipulatie van gegevens, oordeelt het hof dat de overige bewijsstukken voldoende betrouwbaar zijn om de draagkracht van de vader opnieuw te beoordelen.
Het hof stelt de draagkracht vast op basis van een inkomen van €14.254 per jaar en erkent lasten zoals huur en ziektekostenverzekering. Gezien deze omstandigheden acht het hof de draagkracht van de vader onvoldoende voor het betalen van alimentatie, waardoor de alimentatie per 1 januari 2006 op nihil wordt gesteld.
De proceskostenveroordeling uit eerste aanleg blijft echter in stand vanwege de bedenkelijke proceshouding van de vader. In hoger beroep worden de proceskosten gecompenseerd tussen partijen, gezien hun ex-echtelijke relatie.
De beschikking van de rechtbank wordt voor zover het de alimentatie betreft vernietigd en voor het overige bekrachtigd.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt per 1 januari 2006 op nihil gesteld, maar de proceskostenveroordeling uit eerste aanleg blijft in stand.