ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0730
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Labohm
- Breederveld
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepasselijkheid Wet Limitering Alimentatie bij voorlopige alimentatie vóór inwerkingtreding
In deze zaak staat centraal of de Wet Limitering Alimentatie (WLA) van toepassing is op een alimentatieverplichting die bij beschikking van 15 juni 1994 is vastgesteld, vóór de inwerkingtreding van de wet. De man betoogt dat de WLA wel van toepassing is, stellende dat de voorlopige alimentatie een voortzetting is van een voorlopige voorziening en dat de wet ook daarop van toepassing moet zijn. De vrouw betwist dit en stelt dat de WLA alleen geldt voor alimentatieverplichtingen die na de inwerkingtreding van de wet zijn toegekend of overeengekomen.
Het hof stelt vast dat de beschikking van 15 juni 1994 geen voorlopige voorziening in de zin van artikel 820 Rv Pro betreft, maar een definitieve alimentatieverplichting op grond van artikel 1:157 BW Pro, ingaande na inschrijving van het echtscheidingsvonnis. Omdat deze voorziening is vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de WLA, is de wet niet van toepassing. De man had tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan.
Verder beoordeelt het hof de vraag of de vrouw nog behoefte heeft aan alimentatie. Gezien haar gezondheid, de taakverdeling tijdens het huwelijk en haar arbeidsmogelijkheden, concludeert het hof dat de vrouw nog steeds behoefte heeft aan aanvullende alimentatie. Het incidentele appel van de vrouw behoeft daarom niet te worden behandeld. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep van de man af.
Uitkomst: De Wet Limitering Alimentatie is niet van toepassing op de alimentatieverplichting van 1994; de bestreden beschikking wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de man wordt afgewezen.