ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0935
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.J. Vonk
- J. Van Knobelsdorff
- M. Engel
- Rechtspraak.nl
Toepassing werknemersvrijstelling op legaat huishoudelijke hulp met dienstbetrekking
Mevrouw X, huishoudelijke hulp sinds circa 1971, ontving een legaat van € 100.000 uit de nalatenschap van haar werkgever, die in 2003 overleed. De Inspecteur legde een aanslag successierecht op, waarbij het legaat werd belast na brutering tot € 146.816.
Belanghebbende stelde dat zij in dienstbetrekking stond tot de erflaatster en dat de werknemersvrijstelling van artikel 32 lid 1 onderdeel Pro 9 van de Successiewet 1956 van toepassing was. De Inspecteur stelde dat geen dienstbetrekking bestond vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding en dat de vrijstelling slechts gedeeltelijk zou gelden.
Het hof stelde vast dat de schoonmaakwerkzaamheden niet vrijwillig waren, dat een gezagsverhouding bestond en dat belanghebbende verplicht was de woning smetteloos te houden. Ook werd geoordeeld dat sprake was van een natuurlijke verbintenis, mede vanwege de lange duur van de arbeidsrelatie en de lage beloning.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de aanslag van de Inspecteur, wees het hoger beroep van de Inspecteur af en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. De volledige waarde van het legaat werd als voldoening van de natuurlijke verbintenis aangemerkt, waardoor de vrijstelling van toepassing was.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de volledige werknemersvrijstelling wordt toegepast op het legaat.