ECLI:NL:GHSGR:2007:BC0993
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- H.W.J. de Groot
- A.J.M. Kaptein
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken aanmerkelijke onvoorzichtigheid bij aanrijding voetganger op zebrapad
De verdachte reed op 4 mei 2006 op de linkerrijstrook van de Coolsingel te Rotterdam met een snelheid van circa 38 km/u. Bij de nadering van een zebrapad merkte zij niet tijdig op dat een voetganger wilde oversteken en reed deze aan. De verdachte werd primair beschuldigd van aanmerkelijke onvoorzichtigheid (artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994), maar het hof oordeelde dat niet is komen vast te staan dat sprake was van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid.
Het hof sprak de verdachte daarom vrij van het primair tenlastegelegde, maar stelde wel vast dat zij de voetganger geen voorrang heeft verleend, wat een overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 oplevert. De verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 450 euro, een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie maanden en een proeftijd van twee jaar.
De straf is mede gebaseerd op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het letsel van het slachtoffer was relatief beperkt, maar de psychische impact was aanzienlijk. Verzoeken tot nader onderzoek en het horen van getuigen werden door het hof afgewezen omdat het onderzoek ter terechtzitting voldoende was.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het subsidiair tenlastegelegde werd bewezen verklaard en bestraft. De bijkomende straf van rijontzegging wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van aanmerkelijke onvoorzichtigheid, veroordeeld voor het niet verlenen van voorrang met geldboete en voorwaardelijke rijontzegging.