ECLI:NL:GHSGR:2007:BC2040
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Stille
- Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Verdeling van gezamenlijke schuld na ontbinding vennootschap onder firma
In deze zaak staat de interne draagplicht tussen de ex-echtgenoten centraal met betrekking tot een gezamenlijke schuld bij Fiditon, voortvloeiend uit een lening aangegaan in april 1999. De vrouw vordert dat de man de volledige schuld voor zijn rekening neemt, omdat hij het geleende bedrag heeft gebruikt voor bedrijfsschulden van zijn restaurants, terwijl zij geen voordeel heeft genoten.
De rechtbank had de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken omtrent de afwikkeling van de schulden van de ontbonden vennootschap onder firma (v.o.f.). In hoger beroep vernietigt het hof deze beslissing voor zover het meer of anders verzochte is afgewezen en bepaalt dat de man de schuld volledig draagt en moet meewerken aan het ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid.
Het hof baseert zich op bewijsstukken waaronder correspondentie van Fiditon, BKR-registraties en verklaringen van de vrouw, en oordeelt dat de schuld een privé-schuld betreft die door beiden is aangegaan, maar die in onderlinge verhouding volledig door de man moet worden gedragen. Het subsidiaire verzoek van de vrouw behoeft daardoor geen behandeling meer.
Uitkomst: De man draagt de volledige schuld bij Fiditon en verleent medewerking aan het ontslag van de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid.