ECLI:NL:GHSGR:2007:BC2044
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Mink
- Rechtspraak.nl
Verschil in verlenging ondertoezichtstelling voor twee kinderen uit hetzelfde gezin
In deze zaak staat de ondertoezichtstelling (OTS) van twee minderjarige kinderen uit hetzelfde gezin centraal. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de OTS voor beide kinderen verlengde. De raad voor de kinderbescherming en Jeugdzorg waren betrokken partijen. De moeder voerde aan dat de OTS onterecht was verlengd en dat de situatie van de kinderen verbeterd was, met name voor het oudste kind.
Het hof nam de feiten van de rechtbank over voor zover daartegen geen grief was gericht. De raad stelde dat er sprake was van ernstige bedreiging van de zedelijke en geestelijke belangen van beide kinderen, met een ontwikkelingsachterstand op cognitief en sociaal-emotioneel gebied. De moeder betwistte deze conclusies en benadrukte haar inzet voor hulpverlening en verbetering van de situatie, waaronder het succesvol afronden van een sociale vaardigheidstraining door het oudste kind.
Het hof oordeelde dat voor het jongste kind onvoldoende was aangetoond dat een OTS noodzakelijk was, mede omdat de moeder actief contact onderhoudt met school en ondersteuning accepteert. Voor het oudste kind was de situatie verbeterd en de ondertoezichtstelling had weinig meerwaarde, mede doordat de gezinsvoogd weinig invulling aan de hulpverlening had gegeven. De bestreden beschikking werd daarom vernietigd en het verzoek voor het jongste kind afgewezen, terwijl voor het oudste kind de OTS met ingang van het vonnis werd beëindigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de ondertoezichtstelling voor beide kinderen en wijst het verzoek af voor het jongste kind, terwijl het voor het oudste kind wordt beëindigd met ingang van het vonnis.