ECLI:NL:GHSGR:2007:BC2060
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid moeder in hoger beroep tegen voorlopige ondertoezichtstelling minderjarigen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die haar minderjarige kinderen voorlopig onder toezicht stelde voor drie maanden. De rechtbank had deze maatregel op 14 september 2007 uitgesproken. Tijdens de mondelinge behandeling op 5 december 2007 waren de moeder, haar advocaat en de William Schrikker Stichting aanwezig, maar de Raad voor de Kinderbescherming verscheen niet.
Het hof verwijst naar de feiten en het procesverloop zoals vastgesteld door de rechtbank, aangezien daartegen in hoger beroep geen grieven zijn gericht. Volgens artikel 807 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is tegen een voorlopige ondertoezichtstelling geen hoger beroep mogelijk, behalve cassatie in het belang der wet.
Daarom verklaart het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar hoger beroep en wijst het beroep af. De beschikking is uitgesproken op 19 december 2007 door drie rechters van het gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: De moeder is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de voorlopige ondertoezichtstelling.