ECLI:NL:GHSGR:2007:BC2785

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
17 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
2200499605
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 14a SrArt. 14b Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens betrokkenheid bij grootschalige georganiseerde cocaïneimport

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vierentwintig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, wegens betrokkenheid bij grootschalige georganiseerde cocaïneimport. In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof achtte bewezen dat de verdachte medepleger was van het eerste onderdeel van het cumulatief/alternatief tenlastegelegde, maar sprak hem vrij van hetgeen meer of anders was tenlastegelegd.

Het hof nam in zijn overwegingen de ernst van het delict mee, maar matigde de straf vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. De opgelegde straf werd vastgesteld op twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk, in plaats van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk.

De strafmotivering was gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Tevens werd rekening gehouden met de tijd die de verdachte in voorarrest had doorgebracht, welke in mindering werd gebracht op het onvoorwaardelijke gedeelte van de straf. Het vonnis werd bij verstek gewezen, en het hof bepaalde tevens een proeftijd van twee jaar voor het voorwaardelijke deel van de straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk wegens medeplegen van georganiseerde cocaïneimport met strafmatiging wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

Rolnummer: 22-004996-05
Parketnummer: 10-000138-04
Datum uitspraak: 17 december 2007
VERSTEK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 16 augustus 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1970,
thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 3 december 2007.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen bij inleidende dagvaarding, zoals op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering nader omschreven, vermeld staat en van welke nadere omschrijving tenlastelegging een kopie in dit arrest is gevoegd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het cumulatief/alternatief tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het eerste onderdeel van het cumulatief/alternatief tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
(zie de hierna ingevoegde bijlage die van dit arrest deel uitmaakt)
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte is samen met anderen betrokken geweest bij min of meer grootschalige, georganiseerde cocaïneimport. De ernst van dit delict spreekt voor zich en behoeft geen nader betoog. Anderzijds neemt het hof in aanmerking dat de redelijke termijn als genoemd in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, gezien het tijdsverloop tussen de uitspraak in eerste aanleg en die in hoger beroep.
Het hof zal daarom de op te leggen straf matigen, en niet een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk, maar twaalf maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk opleggen.
Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van navermelde duur een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 2(oud) en 10(oud) van de Opiumwet en de artikelen 14a(oud), 14b(oud), 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING (bij verstek)
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart bewezen dat de verdachte het eerste onderdeel van het cumulatief/alternatief tenlastegelegde, zoals hierboven omschreven, heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen terzake meer of anders is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezenverklaarde het hierboven vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte strafbaar terzake van het bewezenverklaarde.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
12 (twaalf) maanden.
Bepaalt, dat een op 3 (drie) maanden bepaald gedeelte van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. P.J. Wurzer,
mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. C.M.P. Flint-Van Noort, in bijzijn van de griffier M. van der Mark.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 december 2007.