ECLI:NL:GHSGR:2007:BE9567
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenveroordeling voor door familielid verleende rechtsbijstand in belastingzaak
In deze belastingzaak stond centraal of belanghebbende aanspraak kon maken op een proceskostenveroordeling voor rechtsbijstand verleend door haar broer, die als advocaat optrad. De rechtbank had de Inspecteur veroordeeld tot betaling van proceskosten, maar het Gerechtshof vernietigde dit oordeel voor zover het de proceskosten betrof.
De Inspecteur stelde dat geen facturen of betalingsbewijzen waren overgelegd en dat daardoor niet kon worden vastgesteld dat kosten op belanghebbende drukten. Belanghebbende leverde geen bewijs van betaling of kosten aan. Het Hof oordeelde dat bijstand door een familielid die beroepsmatig wordt verleend niet automatisch uitsluit dat proceskosten worden toegekend, maar dat wel moet vaststaan dat kosten daadwerkelijk zijn gemaakt of nog verschuldigd zijn.
Omdat niet was gesteld of gebleken dat kosten aan belanghebbende in rekening waren gebracht, was er geen grond voor een proceskostenvergoeding. Bovendien was niet tijdig een verzoek tot vergoeding ingediend zoals vereist volgens artikel 7:15 lid 3 Awb Pro. Het Hof vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de Inspecteur in de proceskosten werd veroordeeld en bevestigde de rest van de uitspraak.
Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de proceskostenveroordeling van de Inspecteur wegens ontbreken van bewijs dat kosten drukken op belanghebbende.