ECLI:NL:GHSGR:2008:BC3747
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- M.J. van der Ven
- J.W. van Rijkom
- Rechtspraak.nl
Recht op aanvullende uitkering op grond van CAO bij arbeidsongeschiktheid bevestigd
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant, een arbeidsongeschikte werknemer, aanspraak kon maken op een aanvullende uitkering op grond van de CAO Arbeidsvoorzieningsorganisatie. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest en hield een comparitie van partijen en getuigenverhoren.
De werknemer stelde dat zij de besmetting met Rickettsia conori tijdens haar werkzaamheden bij Arbeidsvoorziening had opgelopen, maar het hof vond dat dit niet met redelijke zekerheid kon worden vastgesteld. Er waren ook andere mogelijke besmettingsbronnen, zoals werkzaamheden bij de gemeente en contacten buiten werktijd, alsmede mogelijke besmetting tijdens vakanties.
Het hof oordeelde dat de werknemer op grond van de CAO recht had op een aanvullende uitkering van 90,02% over de periode van 1 augustus 2002 tot 7 mei 2003. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de Centrale Organisatie Werk en Inkomen (rechtsopvolger van Arbeidsvoorziening) tot betaling van deze uitkering met wettelijke rente. De kosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werknemer heeft recht op een aanvullende uitkering volgens artikel 13 van Bijlage VIII van de CAO over de periode 1 augustus 2002 tot 7 mei 2003.