ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4346
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Mink
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging gezamenlijk gezag ouders over minderjarige in belang van kind
De vader is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kantonrechter waarin hij niet werd belast met het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige kind, maar waarin het gezamenlijk gezag van beide ouders werd bevestigd. De vader betoogde dat hij sinds de geboorte van het kind de feitelijke verzorging en opvoeding op zich neemt en dat het eenhoofdig gezag hem het recht zou geven om de verblijfplaats te bepalen, wat in het belang van het kind zou zijn.
Het hof hanteerde het criterium van artikel 1:253c lid 2 BW, dat bepaalt dat een gezagswijziging moet zijn in het belang van het kind. Het hof sloot aan bij het wetsvoorstel nr. 29353 dat gezamenlijk gezag als uitgangspunt neemt tenzij het belang van het kind anders vereist. De Raad voor de Kinderbescherming had geadviseerd het gezamenlijk gezag te handhaven.
Het hof achtte de door de vader genoemde bezwaren onvoldoende om eenhoofdig gezag toe te kennen. Problemen omtrent paspoortaanvragen zouden spoedig worden opgelost en toekomstige problemen achtte het hof prematuur om mee te wegen. Het ontbreken van verweer door de moeder was niet doorslaggevend. Het hof concludeerde dat het in het belang van het kind is dat beide ouders gezamenlijk het gezag blijven voeren en bekrachtigde de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag van de ouders en wijst het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag af.