ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4380
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Van den Wildenberg
- Bouritius
- Rechtspraak.nl
Gezag en omgangsregeling minderjarige met vader in Marokko in hoger beroep
In deze zaak staat het gezag en de omgangsregeling omtrent een minderjarige centraal, waarbij de vader in Marokko verblijft en een verblijfsvergunningsprocedure in Nederland doorloopt. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag, terwijl de vader gezamenlijk gezag nastreeft. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin zij het eenhoofdig gezag van de moeder adviseerde en afraadde een omgangsregeling vanwege de verblijfssituatie van de vader.
Het hof oordeelt dat het gezamenlijk gezag in het belang van de minderjarige is, omdat geen feiten zijn aangevoerd die dit zouden schaden, ondanks communicatieproblemen en het verblijf van de vader in Marokko. De vader toont betrokkenheid en wil voorkomen dat zijn zoon een vertekend beeld van hem krijgt. De moeder acht een omgangsregeling niet veilig, mede gezien huiselijk geweld in het verleden, maar het hof acht de informatie over omgang onvoldoende voor een oordeel.
Het hof besluit de bestreden beschikking te vernietigen voor wat betreft het gezag, wijst het verzoek van de moeder af en heropent het onderzoek naar een omgangsregeling. De zaak wordt aangehouden tot 26 juli 2008, zodat de vader kan meewerken aan een nieuw onderzoek door de Raad, mede in het licht van zijn verblijfsstatus en de mogelijkheid tot verblijf in Nederland.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking over gezag, wijst het verzoek van de moeder af en houdt de zaak aan voor nader onderzoek naar omgangsregeling met de vader.