ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4438

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 januari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
K07/0144
Instantie
Gerechtshof 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 12 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid wrakingsverzoek in artikel 12 Sv-procedure en beoordeling rechtsweigering

In deze zaak heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage zich gebogen over de ontvankelijkheid van een wrakingsverzoek ingediend door een klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure. Hoewel artikel 512 Sv Pro wraking beperkt tot verdachte of openbaar ministerie, oordeelt het hof dat het fundamentele rechtsbeginsel van onpartijdigheid van de rechter ook in deze procedure bescherming verdient. Daarom kan een klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure de rechters die zijn klacht behandelen in beginsel wraken.

Het wrakingsverzoek was gebaseerd op het argument van rechtsweigering, omdat de klager meende dat de raadkamer nog geen beschikking op zijn klacht had gegeven. Het hof stelt vast dat het onderzoek op 11 juli 2007 was gesloten en dat op 19 september 2007 een eindbeschikking is gegeven. Hierdoor is de wrakingsgrond van rechtsweigering komen te vervallen.

Het hof verklaart het wrakingsverzoek daarom niet-ontvankelijk. Het feit dat de klager een tussenbeschikking had verwacht, maakt dit niet anders. De procedurele regels van artikel 512 e.v. Sv zijn hierbij van toepassing, en het hof benadrukt het belang van onpartijdigheid en het recht op een eerlijk proces. De beschikking is gegeven door de raadsheren Stoker-Klein, Stille en Tan-de Sonnaville op 14 januari 2008.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen wrakingsgrond na eindbeschikking.

Uitspraak

Zaaknummer K07/0144
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken
heeft de navolgende beschikking gegeven op het schriftelijke verzoek om wraking, als bedoeld in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering, van:
[verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
[postbus]
[woonplaats]
Het verzoek om wraking
1. Op 11 juli 2007 heeft de raadkamer van het gerechtshof te Amsterdam zitting houdende te 's-Gravenhage (verder de raadkamer) naar aanleiding van een klaagschrift, ingediend op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (verder: artikel 12 Sv Pro) deze klacht behandeld. Bij de mondelinge behandeling was de verzoeker aanwezig. De beklaagden zijn niet opgeroepen om te worden gehoord. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
2. Bij brief van 12 september 2007, ingekomen bij de Unit Strafzaken van het Gerechtshof 's-Gravenhage op
13 september 2007, heeft verzoeker de voorzitter, het hof begrijpt mr. S.J.A.M. van Gend en de oudste raadsheer, het hof begrijpt mr. R. Noordam, van de raadkamer die artikel 12 Sv Pro-zaken behandelt, gewraakt op grond van rechtsweigering aangezien de beschikking op zijn klacht nog niet was gegeven. Daartoe is door de verzoeker aangevoerd dat het hof ter zitting van 11 juli 2007 de behandeling heeft geschorst voor een tussenbeschikking binnen zes weken te nemen over de vraag of de beklaagden ex artikel 12 Sv Pro dienen te worden opgeroepen om als zodanig door het hof te worden gehoord.
3. Bij beschikking van 19 september 2007 is verzoeker gedeeltelijk niet ontvankelijk verklaard en voor het overige is zijn beklag (ex artikel 12 Sv Pro) afgewezen.
Beoordeling van de ontvankelijkheid van verzoeker
4. Op grond van het bepaalde in artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt. Verzoeker, wiens wrakingsverzoek thans aan de orde is, is klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure en behoort dus niet tot de kring van personen, die in artikel 512 Sv Pro wordt genoemd.
5. Het hof neemt bij de beantwoording van deze ontvankelijkheidsvraag tot uitgangspunt dat onpartijdigheid van een rechter een zo fundamenteel rechtsbeginsel is dat het tot uitdrukking dient te komen en erkenning verdient in iedere vorm van rechtspraak. Een ieder die meent dat dit beginsel, door een rechter belast met een beoordeling van zijn belangen, wordt geschonden of zal worden geschonden en uit dien hoofde de rechter wraakt, behoort in beginsel gehoor te vinden. Artikel 6 EVRM Pro vormt weliswaar geen rechtstreekse grondslag voor de toetsing van de artikel 12 Sv Pro-procedure, doch dat neemt niet weg dat de normen die de verdragspartijen in artikel 6 EVRM Pro hebben neergelegd ook buiten dat verdrag gelding hebben.
6. Wanneer een wettelijke regeling met betrekking tot verzoeken strekkende tot wraking ontbreekt of wanneer een dergelijke regeling leemten vertoont, dient de rechter aan wie een wrakingsverzoek wordt voorgelegd in dat ontbreken of die leemten te voorzien. Daarbij kan aansluiting worden gezocht bij bestaande regelingen inzake wrakingsverzoeken. Op deze gronden is het hof van oordeel dat de klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure de raadsheren belast met de behandeling van zijn klacht in beginsel kan wraken. Voor de procedureregels wordt in dit geval aansluiting gevonden bij die van de artikelen 512 e.v. van het Wetboek van Strafvordering. Verzoeker is dus in zoverre ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
7. Voorts wordt het volgende overwogen.
De verzoeker heeft het verzoek om wraking ingediend op 13 september 2007, na sluiting van het onderzoek op
11 juli 2007, maar vóór het geven van een beschikking op 19 september 2007.
8. Vooropgesteld dient te worden dat wraking tot doel heeft de onpartijdigheid van de rechtspraak te waarborgen door - indien daartoe gronden aanwezig zijn - de rechter tegen wie het verzoek zich richt, af te houden van het nemen van een beslissing die aan diens of mede aan diens oordeel is onderworpen.
9. Het hof stelt op grond van de in het geding gebrachte stukken vast dat de raadkamer ter zitting van 11 juli 2007 het onderzoek heeft gesloten.
10. Voorts stelt het hof vast dat de verzoeker zijn wrakingsverzoek heeft gebaseerd op rechtsweigering aangezien de (tussen)beschikking op zijn klacht nog niet was gegeven, en dat de raadkamer op 19 september 2007 een eindbeschikking heeft gegeven.
11. Naar 's hofs oordeel dient de verzoeker - nu de raadkamer op 19 september 2007 een beschikking heeft gegeven - op die grond niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn verzoek. Immers, door het geven van die eindbeslissing, dat wil zeggen een beslissing ten gronde, is de wrakingsgrond rechtsweigering een beschikking te geven aan het verzoek komen te ontvallen. Mitsdien kan het horen van de verzoeker en de te wraken raadsheren achterwege blijven. De stelling van de verzoeker dat hij een tussenbeslissing verwachtte, maakt dit niet anders.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart verzoeker in het verzoek tot wraking van
mr. Van Gend en mr. Noordam niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven op 14 januari 2008 door mrs. B.A. Stoker-Klein, A.L.G.A. Stille en
M.A.F. Tan-de Sonnaville, in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.