ECLI:NL:GHSGR:2008:BC4829

Gerechtshof 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 februari 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
22-003306-07
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.M. le Clercq-Meijer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 lid 2 Wetboek van StrafvorderingArt. 588 lid 3 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging vonnis en terugwijzing wegens twijfel oproeping raadsman

In deze zaak stond centraal of de oproeping voor de terechtzitting van 17 april 2007 rechtsgeldig was. De verdachte en zijn raadsman waren niet verschenen bij die zitting, waarbij de raadsman verklaarde geen oproeping te hebben ontvangen. Het hof stelde vast dat de oproeping aan de verdachte zelf wel op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend.

Echter was er gerede twijfel of de raadsman ook daadwerkelijk een afschrift van de oproeping had ontvangen, ondanks de voorgedrukte tekst 'afschrift aan raadsman' op de oproeping. Gezien de mededeling van de raadsman dat hij geen oproeping had ontvangen, vond het hof deze aanduiding onvoldoende bewijs.

Omdat de verdachte niet instemde met afdoening in hoger beroep en de oproeping van de raadsman twijfelachtig was, vernietigde het hof het vonnis van het hoger beroep en wees de zaak terug naar de politierechter. Dit gebeurde conform artikel 423 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering, analoog toegepast.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte oproeping van zowel verdachte als diens raadsman om een eerlijk proces te waarborgen.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van het hoger beroep en wijst de zaak terug naar de politierechter wegens twijfel over de oproeping van de raadsman.

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Gravenhage
Rolnummer: 22-003306-07
Parketnummer(s): 10-800851-06 10-801449-05
Aantekening mondeling arrest
TEGENSPRAAK
Uitspraak van de enkelvoudige strafkamer van
11 februari 2008 in de zaak tegen de verdachte:
Naam : [achternaam verdachte]
Voornaam : [voornaam verdachte],
Geboren : op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats]
Wonende : [adres].
Geldigheid oproeping voor de zitting van 17 april 2007
Ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2008 is gebleken dat de verdachte noch zijn raadsman op de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 17 april 2007 is verschenen.
Door de raadsman is aangevoerd dat hij noch de verdachte voor die zitting een oproeping heeft ontvangen. Om die reden dient, volgens de raadsman, de oproeping voor die zitting nietig te worden verklaard en de zaak naar de politierechter te worden teruggewezen.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Naar het oordeel van het hof is de oproeping aan de verdachte voor voornoemde zitting op de bij de wet voorgeschreven wijze aan de verdachte betekend (artikel 588 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering).
Er bestaat echter gerede twijfel of aan de raadsman, overeenkomstig het bevel van de politierechter ter terechtzitting van 10 januari 2007, een afschrift van de oproeping is verstuurd. De enkele voorgedrukte tekst "afschrift aan raadsman" onderaan de oproeping van de verdachte acht het hof, gelet op de mededeling van de raadsman van het tegendeel, niet voldoende om zulks aan te nemen.
Nu de verdachte noch zijn raadsman op voornoemde zitting is verschenen en ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte niet instemt met afdoening van de zaak in hoger beroep, dient de zaak, naar analogie met het bepaalde in artikel 423 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering, naar de politierechter te worden teruggewezen.
Dit brengt mee dat het vonnis waarvan beroep moet worden vernietigd.
BESLISSING
Vernietigt het vonnis waarvan beroep.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam.
Dit arrest is gewezen door mr. C.M. le Clercq-Meijer,
in bijzijn van griffier mr. J.P. Lahr.