ECLI:NL:GHSGR:2008:BC5045
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- A.V. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Executieverjaring vervangende hechtenis na wetswijziging strafmaxima
In deze zaak is appellant veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens oplichting, met een maatregel van schadevergoeding en subsidiair vervangende hechtenis. Het vonnis werd in 1998 onherroepelijk. In 2007 werd appellant aangehouden voor executie van de vervangende hechtenis.
Appellant stelde dat het recht op executie van de vervangende hechtenis was verjaard, omdat de verjaringstermijn volgens hem 8 jaar was, passend bij het toen geldende strafmaximum van 3 jaar. De Staat voerde aan dat de verjaringstermijn 16 jaar moest zijn, omdat het strafmaximum in 2006 was verhoogd naar 4 jaar.
Het hof oordeelde dat op grond van het legaliteitsbeginsel en de aard van de strafverjaring de oude verjaringstermijn van acht jaar van toepassing blijft, omdat de wetswijziging niet ziet op strafverjaring maar op strafmaxima. De verjaringstermijn is een bevoegdheids- en procedurevoorschrift en kan in lopende procedures worden toegepast, maar niet met terugwerkende kracht om een langere termijn toe te passen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en verbood de Staat de vervangende hechtenis verder uit te voeren en beval onmiddellijke invrijheidstelling van appellant. Dit arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De executie van de vervangende hechtenis is verjaard en appellant wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.