ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6523
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen grote contante geldbedragen
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor diverse varianten van heling en witwassen van zeer grote contante geldbedragen in de periode van maart 2001 tot en met april 2002. De rechtbank had verdachte deels veroordeeld, maar het hof onderzoekt of het geld daadwerkelijk van een misdrijf afkomstig was.
Het hof constateert dat er geen direct bewijs is geleverd dat het geld uit criminele activiteiten afkomstig was. Hoewel de investeerder en zijn broer later veroordeeld zijn voor Opiumwet-gerelateerde feiten, dateren deze van na de tenlastegelegde periode en zijn de hoeveelheden drugs niet in verhouding tot het vermeende witwassen. De verklaring van een getuige wordt als ongeloofwaardig beoordeeld.
Verdachte heeft een concrete en verifieerbare verklaring gegeven dat het geld afkomstig was uit de verkoop van belangen in cambio's (wisselkantoren) in Nederland en Suriname. Dit wordt ondersteund door verklaringen van getuigen en een bankverklaring van Citibank. Het hof oordeelt dat het Openbaar Ministerie onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar deze legale herkomst.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor een criminele herkomst, spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten van witwassen en heling. Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het hof zich daarmee niet verenigt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van witwassen.