ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6549
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dusamos
- Labohm
- van Wijk
- Rechtspraak.nl
Verdeling draagkracht en vaststelling kinderalimentatie over kinderen uit verschillende relaties
De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam inzake kinderalimentatie voor haar minderjarige kind. De man voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het verzoek en de hoogte en ingangsdatum van de alimentatie. Het hof oordeelde dat het verzoek van de moeder gegrond was op artikel 1:394 BW Pro en niet op een gerechtelijke vaststelling van vaderschap, waardoor de termijn van artikel 1:207 BW Pro niet van toepassing was.
Het hof stelde vast dat de draagkracht van de moeder nihil was, omdat zij een inkomen op bijstandsniveau had en geen partner. De draagkracht van de man werd vastgesteld op basis van zijn basissalaris, on-call vergoeding en structureel overwerk. Aflossingen op schulden van zijn partner werden niet in mindering gebracht op zijn draagkracht.
De draagkracht van de man werd verdeeld over zijn twee kinderen uit eerdere relaties, waarbij de kinderen uit zijn huidige huwelijk buiten beschouwing werden gelaten omdat hun verzorging al in de alleenstaandeoudernorm was verdisconteerd. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €300 per maand, ingaande op 7 maart 2006, de datum van het inleidend verzoekschrift, omdat de man vanaf die datum rekening had kunnen houden met zijn onderhoudsverplichting.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en stelde de alimentatie vast zoals hierboven vermeld, verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bepaalt de kinderalimentatie op €300 per maand met ingang van 7 maart 2006 en wijst overige verzoeken af.