ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6661
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Bouritius
- Van Leuven
- Fockema Andreae-Hartsuiker
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap en ontvankelijkheid van erfgenamen als belanghebbenden
De zaak betreft een procedure tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van persoon A, ingediend door verweerder. De erven, als erfgenamen van de overleden aangewezen vader, werden door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens de rechtbank geen belanghebbenden waren in de procedure.
De erven stelden in hoger beroep dat hun verweerschrift ten onrechte als een verzoek werd opgevat en dat zij wel als belanghebbenden aangemerkt dienen te worden op grond van het procesreglement en jurisprudentie van de Hoge Raad. Het hof oordeelde dat het standpunt van de rechtbank in strijd is met de goede procesorde en dat de erven ontvankelijk moeten worden verklaard.
Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en de daaropvolgende herstelbeschikking, en bepaalde dat het verweer van de erven opnieuw in behandeling moet worden genomen. De zaak werd mondeling behandeld waarbij partijen hun standpunten toelichtten.
De kern van de uitspraak is dat erfgenamen van een overleden aangewezen vader in een vaderschapsprocedure als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en dat hun verweer niet als een verzoekschrift mag worden geïnterpreteerd. Tevens werd de proceskostenveroordeling tegen de erven vernietigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en verklaart de erfgenamen ontvankelijk als belanghebbenden in de vaderschapsprocedure.