ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8106
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- H. Husson
- M. Mos-Verstraten
- J. Bos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden en proceskostenveroordeling
De zoon is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek tot een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie werd afgewezen. Het hof verwijst naar de feiten vastgesteld door de rechtbank, aangezien tegen deze feiten geen grief is gericht.
Het hof oordeelt dat het beroepschrift van de zoon niet voldoet aan de vereisten van artikel 359 juncto Pro artikel 278 lid 1 Rv Pro, omdat het geen duidelijke en met redenen omklede gronden bevat. De nadien ingediende aanvulling met gronden is te laat ontvangen en kan het gebrek niet herstellen. Daarom wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast veroordeelt het hof de zoon in de proceskosten van het hoger beroep ten gunste van de vader, begroot op € 2.039,-. Het hof merkt op dat het de raadsman van de zoon zou sieren de kosten voor eigen rekening te nemen, aangezien niet is gebleken dat de veroordeling aan de zoon persoonlijk kan worden toegerekend.
De beschikking is uitgesproken op 27 februari 2008 door het hof 's-Gravenhage en is uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de kostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de zoon wordt niet-ontvankelijk verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.