ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8911
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Leuven
- Mos-Verstraten
- Van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vernietiging erkenning wegens dwaling afgewezen in familierechtelijke zaak
De man, juridische en niet-biologische vader, verzocht het hof om vernietiging van zijn erkenning van de minderjarige dochter op grond van dwaling. Hij stelde dat hij was bewogen tot erkenning door verklaringen en gedragingen van de moeder die niet overeenkwamen met haar werkelijke beweegredenen, namelijk het verkrijgen van een Nederlands paspoort. Tevens voerde hij aan dat het familie- en gezinsleven met de biologische vader zwaarder woog volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank had zijn verzoek eerder afgewezen en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van dwaling of bedrog omdat de man en de moeder een affectieve relatie hadden gedurende de erkenningsperiode. Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat het juridische vaderschap van de man niet in de weg staat aan het onderhouden van een relatie met de biologische vader.
De bijzondere curator benadrukte de sterke band tussen de man en het kind, en het openbaar ministerie concludeerde tot bekrachtiging van de bestreden beschikking. Het hof wees het beroep af en compenseerde de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vernietiging van de erkenning af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.